Als derde meedoen in een al lopende procedure

Algemene voorwaarden in internationale overeenkomsten
augustus 28, 2020
Bekijk alles

Als derde meedoen in een al lopende procedure

Er zijn een aantal manieren voor een derde (of belanghebbende) om zich in een lopende procedure te mengen. Stel bijvoorbeeld dat er sprake is van een ongeluk tussen een automobilist en twee scooters. Het kan zijn dat er dan al een zaak voor de rechter is tussen de automobilist en scooterrijder 1. Een derde (scooterrijder 2) kan echter ook belang hebben bij de uitkomst van een dergelijke zaak of zelf een vordering hebben over hetzelfde onderwerp of een onderwerp dat zeer nauw verband houdt met het onderwerp van de al lopende procedure. De wet geeft een aantal mogelijkheden voor een derde om zich in een al lopende procedure te mengen.

Verwijzing en voeging
Vaak zal een derde al een eigen zaak zijn gestart voordat hij erachter komt dat een vergelijkbare zaak al aanhangig is bij een andere rechter. Als er sprake is van een zaak die voor een andere rechter aanhangig is, kan verzocht worden om verwijzing van die zaak naar de rechter die de vergelijkbare zaak behandelt. Het moet dan gaan om een zaak tussen dezelfde partijen en hetzelfde onderwerp of een zaak die in ieder geval verknocht is aan de andere zaak die al aanhangig is. Dit is bijvoorbeeld het geval in het voorbeeld van de automobilist en de twee scooterrijders (zelfde partijen en zelfde onderwerp). Het doel van een verwijzing is om te vermijden dat twee keer hetzelfde werk moet worden verricht en vooral het voorkomen van mogelijk tegenstrijdige uitspraken.

Als een zaak dan is verwezen naar de juiste rechter, kan ook nog verzocht worden om de zaken te voegen (ook wel zaaksvoeging genoemd). Dit wil zo veel zeggen als dat de zaken tegelijkertijd behandeld worden. Het blijven echter wel twee losse zaken, maar de rechter zal zo veel mogelijk proberen de tijdstippen voor het indienen van bepaalde processtukken gelijk te laten lopen, zodat er ook eenzelfde vonnis gewezen kan worden.

Voor een vordering tot verwijzing of voeging zal de advocaat een zogenoemd incident moeten opwerpen. Dit betekent dat hij een aparte zaak moet starten en hij de rechter moet verzoeken om "zijn" zaak te verwijzen naar een andere rechter of te voegen met een zaak die al bij hemzelf aanhangig is. Een incident wordt gezien als een nieuwe zaak, waardoor ook hiervoor griffierecht verschuldigd is. De rechter zal over het incident een beslissing nemen in een incidenteel vonnis.

Rolvoeging
Omdat de voeging op grond van de wet nogal omslachtig is (voeging moet bij incident verzocht worden en er moet een heel traject doorlopen worden voordat er een incidenteel vonnis gewezen wordt), is er een makkelijker te hanteren praktijk ontstaan. In ieder stadium van de behandeling kan om een rolvoeging verzocht worden. Dit zorgt er, net zoals de zaaksvoeging, voor dat beide zaken gelijktijdig behandeld worden en er een gelijkluidend vonnis in beide zaken gewezen zal worden. Beide zaken blijven dus nog steeds, net zoals bij de wettelijke voeging, apart bestaan, maar worden zo veel mogelijk gelijk behandeld. Het voordeel is dat er geen incident hoeft te worden opgeworpen, waardoor het meestal sneller geregeld is en het ook goedkoper is (omdat er geen extra griffierechten betaald hoeven te worden).

Het verschil tussen de wettelijke en praktische versie lijkt dus niet aanwezig en in de literatuur wordt er ook over gediscussieerd of er überhaupt een onderscheid is. Wel wordt naar voren gebracht dat er misschien een verschil is in die zin dat partijen niet zonder meer aanspraak hebben op de stukken van de andere procedure en dat (als de partijen in beide procedures anders zijn) de rechter niet zomaar de feiten uit de ene zaak mag betrekken in zijn oordeel in de andere zaak. Ook kan het voorkomen dat getuigenverhoren of deskundigenverhoren niet altijd samen behandeld worden.

Voeging en tussenkomst
Dan is er nog een andere mogelijkheid in de wet voor een derde om zich in een al lopend geding te mengen. Hij kan kiezen voor voeging (niet hetzelfde als de vorige twee voegingen) of tussenkomst. Kiest hij voor deze vorm van voeging dat voegt hij zich letterlijk bij een van de partijen (eiser of gedaagde). Dit betekent dat de derde wel de mogelijkheid heeft om zijn standpunten aan te dragen, maar dat hij en degene bij wie hij zich voegt "samen uit een mond" spreken. De derde komt dus voor zijn eigen belangen op, maar kan niet zelf een vordering instellen; hij steunt enkel de vordering van degene aan wiens zijde hij zich voegt. Hij kan zich voegen in een zaak als hij er een belang bij heeft dat de partij die hij steunt, de procedure wint en het belangrijk is dat het vonnis ook werking heeft jegens hem.

Bij tussenkomst, anders dan bij voeging, behoudt de derde wel de mogelijkheid om zelfstandig een vordering in te stellen. Een derde heeft dan niet per se tot doel om de rechtspositie van een van de procespartijen te steunen. Hij is dan ook niet afhankelijk van een van de andere partijen. Hij kan tussenkomen in een zaak om te voorkomen dat hij wordt benadeeld in zijn rechten of rechtspositie. Tussenkomst lijkt dus veel op de eerder benoemde zaaksvoeging en heeft als voordeel dat het in ieder stadium van het geding gevorderd kan worden, terwijl zaaksvoeging gebonden is aan bepaalde momenten. In het voorbeeld van het ongeluk tussen een automobilist en twee scooterrijders zou dus ook gekozen kunnen worden voor tussenkomst in plaats van zaaksvoeging.

Bij voeging aan de zijde van een van de partijen en tussenkomst is de derde dus zelf nog géén zaak gestart. Als hij de rechter verzoekt om voeging of tussenkomst, werpt hij wel een incident op, waardoor ook hier griffierecht verschuldigd is en het traject van een incident moet worden doorlopen.

Conclusie
Er zijn verschillende manieren voor een derde om zich te mengen in een al lopende procedure of om zijn zaak daarmee te verbinden. Zo is er de verwijzing van een zaak naar een rechter waar een vergelijkbare zaak aanhangig is en tussenkomst, waar de derde mee gaat doen in een zaak die al liep tussen twee partijen.

Buiten deze twee opties zijn er drie verschillende soorten voeging. Allereerst de voeging van een al bestaande zaak met een andere zaak die al bestaat, dit wordt ook wel zaaksvoeging genoemd. Dan de rolvoeging die hetzelfde beoogt als de wettelijke voeging, maar het verplichte tijdrovende en dure traject van de wettelijke voeging ontwijkt. Tot slot is er nog de voeging aan de zijde van een andere partij. In een dergelijk geval heeft de derde er belang bij dat de partij aan wiens zijde hij zich voegt, de procedure wint.